Rente- en Inflatiespook jaagt bedrijfswereld terecht schrik aan
Een oplopende inflatie is niet langer een risico, maar wel een feit waarmee de wereldwijde bedrijfswereld wordt geconfronteerd.
Vooral Europese bedrijven zijn kwetsbaar voor een snelle opstoot in inflatie door de snel oplopende energieprijzen. Vaak sijpelen die hogere energieprijzen ook door in de prijzen van andere goederen en diensten doordat bedrijven hun kosten doorrekenen. Maar niet alle bedrijven kunnen hun kosten volledig doorrekenen waardoor inflatie een groot gevaar vormt voor de winstgevendheid en de overlevingskansen van bedrijven in bepaalde sectoren. Ook binnen sectoren kunnen er verschillen zijn waardoor oplopende inflatie leidt tot winnaars en verliezers onder concurrerende bedrijven. Via een aantal voorzorgen kunnen bedrijven de economische schade beperken en zelfs winnen in uitdagende tijden.
De afgelopen jaren kenden de meeste westerse landen een dalend inflatiecijfer, met dank aan de stabilisatie van de energieprijzen (zie Figuur 1). Die gingen de hoogte in na de escalatie van de oorlog in Oekraïne en de daaropvolgende internationale sancties op de olie- en gasexport van Rusland. De hogere energieprijzen leidden tot hogere prijzen voor goederen en diensten, via zogenaamde tweede- en derderonde-effecten. Bedrijven proberen immers hun gestegen kosten, niet in het minst de hogere loonkosten, te vertalen in hogere prijzen aan hun klanten. Het resultaat was een pijlsnelle stijging in de inflatie met een stevige reactie van de centrale banken tot gevolg. De beleidsrente werd sterk opgetrokken en de langetermijnrente volgde de sprong omhoog. Dat was even schrikken in vele bedrijven. De tijd van ‘gratis geld’ was plots over.
Investeringskosten stegen en vele projecten moesten worden herbekeken. Dat leidde tot slachtoffers. Sectoren waarin prijzen moeilijk konden worden aangepast, maar ook rentegevoelige sectoren kregen klappen. En ook binnen sectoren waren er winnaars en verliezers. Bedrijven die hun financiële huishouding op orde hadden, door zich in rustigere tijden in te dekken tegen dergelijke inflatie- en rentescenario’s, konden de dans (deels) ontspringen. Andere bedrijven gingen kopje onder met herstructureringen en faillissementen tot gevolg.
Deze onaangename episode na de Oekraïense energiecrisis gaat zich nu herhalen. De plotse opstoot in de brandstoffenprijzen zijn een feit en zullen doorstromen in het algemeen inflatiecijfer. De langetermijnrentes hebben alvast een voorschot genomen. Die rentes liepen de afgelopen weken wereldwijd op (zie Figuur 2 voor de Belgische en Duitse 10-jaarse rente). De financiële markten anticiperen daarmee op de hogere inflatiecijfers en de onvermijdelijke reactie van de centrale banken. Zij zullen niet aarzelen de rente snel op te trekken, zeker omdat zij na de vorige energiecrisis het verweet kregen te traag te hebben gereageerd. Traditioneel kijken centrale bankiers graag even de kat uit de boom bij fluctuaties van energieprijzen die immers ook heel tijdelijk van aard kunnen zijn.
Groot verschil met de vorige keer is dat de langetermijnrentes al op een hoger peil stonden voor de crisis in het Midden-Oosten uitbrak. Een verdere verhoging van de rentes op langere termijn gaat dus extra pijn doen. Geld wordt dus aanzienlijk duurder in de toekomst. Liquiditeit krijgt opnieuw grote waarde.
Tegelijk is het aannemelijk dat de kredietverlening nog kritischer wordt. Terugbetalingscapaciteit zal strenger worden bekeken, waarborgen zullen worden verhoogd. Opnieuw zullen bedrijven die hun financiële huishouding op orde hebben de dans ontspringen. Of hoe luidde die Bijbelse wijsheid ook alweer: na zeven vette jaren volgen zeven magere jaren. En men kan maar best voorbereid zijn.